|
Aankoop lijfrente: binnen welke termijn?
Klik
hier om naar het nieuwsoverzicht te gaan.
In de praktijk bestaat onduidelijkheid over de termijn waarbinnen een lijfrenteclausule (lijfrente gesloten voor 16-10-1990 (premiebetalend) c.q. gesloten voor 1-1-1992 (tegen koopsom)) ten uitvoer moet worden gelegd. De vraag is binnen welke termijn na het beschikbaar komen van het lijfrentekapitaal de lijfrente moet worden aangekocht. Om aan deze onduidelijkheid een einde te maken heeft de kennisgroep verzekeringsproducten van de Belastingdienst hiervoor beleid geformuleerd. De kennisgroep maakt hierbij een onderscheid tussen de aankoop va een lijfrente bij in leven zijn op de einddatum en de aankoop van een lijfrente bij het overlijden van de verzekerde.
Bij het in leven zijn van de verzekerde op de einddatum moet binnen zes maanden een lijfrente worden bedongen; bij overlijden binnen twaalf maanden. De kennisgroep merkt hierbij op dat voor overlijdenssituaties onder bijzondere omstandigheden een langere termijn denkbaar is. Of een langere termijn aanvaardbaar is zal van geval tot geval moeten worden bekeken.
Dit probleem speelt alleen bij lijfrenten die gesloten zijn voor de Brede Herwaardering van 1992. Na ingang van de Brede Herwaardering moet op de polis al aangegeven zijn welke lijfrente er wordt aangekocht. Op de einddatum gaat de lijfrente dan 'automatisch' in. Standaard wordt gekozen voor een levenslange lijfrente. Alleen de hoogte van de lijfrente moet dan nog worden berekend. Op verzoek kan de levenslange lijfrente ook worden omgezet in een tijdelijke lijfrente.
Bron: Nationale-Nederlanden
|