|
Wetsvoorstel afschaffing gebruikersdeel onroerendezaakbelasting voor woningen ingediend
Klik
hier om naar het nieuwsoverzicht te gaan.
Onlangs is het wetsvoorstel Afschaffing gebruikersdeel onroerendezaakbelasting (OZB) voor woningen bij de Tweede Kamer ingediend. Dit heeft tot gevolg dat voortaan geen OZB-gebruikersheffing meer wordt geheven indien de betreffende onroerende zaak in hoofdzaak tot woning dient. Voor de vraag of een onroerende zaak in hoofdzaak tot woning dient, is beslissend of de WOZ-waarde van de gehele onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan die delen van de onroerende zaak die tot woning dienen dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Afschaffing van de gebruikersheffing OZB is onderdeel van het regeerakkoord van het huidige kabinet. De gebruikersheffing van de OZB staat overigens los van de 'eigenarenheffing'. Gemeenten krijgen voor de gederfde OZB-inkomsten een compensatie via een verhoging van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds.
Het wetsvoorstel regelt ook dat de stijging van de OZB-tarieven (gebruikersheffing en eigenarenheffing) op niet-woningen (hierna: bedrijfspanden) en op woningen (eigenarenheffing) vanaf bepaalde tariefhoogten is gemaximeerd. De tariefstijging is gemaximeerd bij een OZB-tarief (per volle € 2.500 van de heffingsmaatstaf: de WOZ-waarde) vanaf:
- € 2,45 voor de gebruikersheffing van bedrijfspanden;
- € 2,43 voor de eigenarenheffing van woningen;
- € 3,04 voor de eigenarenheffing van bedrijfspanden.
Gemeenten die lagere tarieven hanteren dan hierboven zijn geheel vrij in hun tariefstijging tot de hierboven genoemde tarieven.
Voor alle OZB-tarieven gelden ook maxima in absolute zin. Het OZB-tarief (per volle € 2.500 van de heffingsmaatstaf: de WOZ-waarde) bedraagt maximaal:
- € 6,68 voor de gebruikersheffing van bedrijfspanden;
- € 6,62 voor de eigenarenheffing van woningen;
- € 8,29 voor de eigenarenheffing van bedrijfspanden.
Voor het geval een gemeente één of meer OZB-tarieven hanteert die hoger is dan het wettelijke plafond, bepaalt de wet dat deze bovenmatige tarieven van rechtswege worden omgezet in het wettelijke plafond. Gemeenten met begrotingsproblemen, kunnen onder voorwaarden ontheffing krijgen om OZB-tarieven te hanteren die boven het wettelijke plafond liggen of grotere tariefstijgingen doorvoeren dan de maximaal voorgeschreven stijging.
De bovengenoemde wijzigingen gelden ook voor gebruikers van roerende zaken die tot hoofdzaak tot woning dienen (zoals onder meer woonboten en dergelijke). Anders zou er een rechtsongelijkheid bestaan met gebruikers van woningen die onroerend zijn.
Het wetsvoorstel zal op 1 januari 2006 in werking treden.
Bron: Tweede Kamer, 27-4-2005, 30096 nrs. 1-4, A en B (gepubliceerd 11-5-2005)
Bron: PriceWaterhouseCoopers
|