|
Goedkeurende regelingen voor leningen die gedurende verbouwing zijn aangegaan
Klik
hier om naar het nieuwsoverzicht te gaan.
Staatssecretaris Wijn van Financiën heeft het beleidsbesluit van 23 december 2004 over de fiscale behandeling van leningen, die vóór de aanvang van onderhouds- en/of verbouwingswerkzaamheden van de eigen woning zijn aangegaan, vervangen door een nieuw besluit. Aanleiding voor het besluit uit 2004 vormden drie arresten van de Hoge Raad van 22 oktober 2004.
Het nieuwe besluit is een uitbreiding van het besluit uit 2004 en bevat nu ook een goedkeurende regeling voor leningen die gedurende of na de verbouwing zijn aangegaan. Als een lening binnen zes maanden na de aanvang van de verbouwing is aangegaan, wordt de lening tot het bedrag van de gemaakte verbouwingskosten in de voorafgaande zes maanden geacht te zijn aangegaan in verband met de verbouwing. De lening is dan een eigenwoningschuld waardoor de rente van deze lening aftrekbaar is in box 1.
Verder geeft de staatssecretaris aan dat de zogeheten bijleenregeling ook van toepassing is op leningen die zijn aangegaan voor de verbouwing. De bijleenregeling is een aanpassing in de eigenwoningregeling die op 1 januari 2004 is ingegaan en van belang is voor huizenbezitters die een nieuw huis kopen en bij de verkoop van hun oude huis een overwaarde (verkoopprijs minus hypotheekschuld) realiseren. De regeling houdt bij verhuizing naar een duurdere woning in dat alleen recht op renteaftrek voor de hogere lening bestaat voor zover de hypotheekverhoging nodig is om het verschil tussen de aankoopprijs van de nieuwe woning (inclusief verwervingskosten zoals notariskosten) en de opbrengst van de oude woning (na aftrek van kosten) te financieren. In de opbrengst van de oude woning zit aldus ook de overwaarde. De overwaarde verkleint het bedrag van de geldlening waarvoor recht op renteaftrek bestaat. De renteaftrek voor het bedrag van de reeds bestaande hypotheekschuld blijft echter ongemoeid.
Het huidige besluit is op 25 oktober jongstleden in werking getreden.
Bron: Ministerie van Financiën, 25-10-2005
|