Samenvatting wijzigingen WW per 1 oktober as.

Klik hier om naar het nieuwsoverzicht te gaan.


Werkloosheidswet (WW)

De Werkloosheidswet geeft bij werkloosheid, afhankelijk van de persoonlijke situatie, een aanspraak op vervangend inkomen. Per 1 oktober 2006 wordt de WW ingrijpend gewijzigd.


Huidige situatie

In de huidige situatie kent de WW de volgende uitkeringen:

Loongerelateerde uitkering

De werknemer die 26 van de 36 weken voorafgaand aan de werkloosheid heeft gewerkt komt in aanmerking voor een werkloosheidsuitkering (de 26-weken-eis). Bovendien moet de werknemer in de vijf kalenderjaren onmiddellijk voorafgaande aan het jaar waarin de werkloosheid is ingetreden gedurende ten minste vier kalenderjaren over 52 of meer dagen per jaar loon hebben ontvangen (de vier-uit-vijf-eis).

Hoe lang de loongerelateerde uitkering duurt is afhankelijk van het arbeidsverleden. Het arbeidsverleden bestaat uit het feitelijk arbeidsverleden en het fictieve arbeidsverleden.

Voor de vaststelling van het arbeidsverleden worden bij elkaar opgeteld:
  • het feitelijk arbeidsverleden bestaat uit de jaren waarin u vanaf 1998 ten minste 52 dagen in loondienst hebt gewerkt;
  • het fictieve arbeidsverleden bestaat uit de jaren vanaf het jaar dat u 18 werd tot aan 1998.

Bij een arbeidsverleden van Duurt de uitkering
4 jaar 6 maanden
5 tot 10 jaar 9 maanden
10 tot 15 jaar 12 maanden
15 tot 20 jaar 18 maanden
20 tot 25 jaar 24 maanden
25 tot 30 jaar 30 maanden
30 tot 35 jaar 36 maanden
35 tot 40 jaar 48 maanden
40 of meer jaren 60 maanden


De loongerelateerde uitkering bedraagt 70% van het dagloon.
Per 1 juli 2006 bedraagt het maximale dagloon € 170,33.

Kortdurende uitkering

De werknemer die alleen voldoet aan de '26-weken-eis' heeft recht op een uitkering van een half jaar ter grootte van 70% van het minimumloon.

Situatie per 1 oktober 2006

Basisuitkering

Een werknemer die werkloos wordt en voldoet aan de wekeneis (van de voorgaande 36 weken moet de werknemer in 26 weken hebben gewerkt) heeft recht op de loongerelateerde basisuitkering van 3 maanden. Deze basisuitkering bedraagt de eerste 2 maanden 75% van het dagloon en de derde maand 70% van het dagloon. Het dagloon is gemaximeerd op € 170,33.

Verlengde basisuitkering

Om voor een verlenging van de basisuitkering in aanmerking te komen dient voldaan te worden aan de vier-uit-vijf-eis: in de vijf kalenderjaren onmiddellijk voorafgaande aan het jaar waarin de werkloosheid is ingetreden moet de werknemer gedurende ten minste vier kalenderjaren over 52 of meer dagen per jaar loon hebben ontvangen.

De duur van de verlenging is afhankelijk van de duur van het arbeidsverleden. Voor elk jaar arbeidsverleden, voor zover dat meer bedraagt dan 3 jaar, wordt de basisuitkering verlengd met een maand. De maximale uitkeringsduur (inclusief de eerste 3 maanden basisuitkering) bedraagt 38 maanden. De hoogte van de verlengde uitkering bedraagt eveneens 70% van het (gemaximeerde) dagloon.

Voorbeeld
Een werknemer met een arbeidsverleden van 25 jaar heeft recht op 25 maanden uitkering; 3 maanden basisuitkering en 22 maanden verlengde basisuitkering.

Voor de vaststelling van het arbeidsverleden worden bij elkaar opgeteld:
  • het feitelijk arbeidsverleden bestaat uit de jaren waarin u vanaf 1998 tot en met het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de werknemer werkloos werd, ten minste 52 dagen in loondienst hebt gewerkt;
  • het fictieve arbeidsverleden bestaat uit de jaren vanaf het jaar dat u 18 werd tot aan 1998.

Verwijtbaarheid

De werknemer moet voorkomen dat hij verwijtbaar werkloos wordt. De toets of sprake is van verwijtbare werkloosheid is aangepast. Het nalaten van verweer tegen ontslag levert geen verwijtbare werkloosheid meer op.

Er is sprake van verwijtbare werkloosheid indien sprake is van ontslag als gevolg van verwijtbaar gedrag richting de werkgever. De WW-uitkering wordt dan alleen geweigerd als het gedrag een dringende reden voor ontslag is. Voorts is sprake van verwijtbare werkloosheid bij beëindiging van de dienstbetrekking op verzoek van de werknemer terwijl aan voortzetting van de dienstbetrekking geen doorslaggevende bezwaren zijn verbonden. Korting op de WW-uitkering

Arbeidsinkomsten van de betrokken gerechtigde worden volledig in mindering gebracht op de WW-uitkering. Inkomsten van de partner of inkomsten uit vermogen blijven buiten beschouwing, evenals lijfrente-uitkeringen uit een stamrechtverzekering of een ineens ontvangen schadeloosstelling.

Bovendien kan de uitkering (tijdelijk) geheel of gedeeltelijk gekort worden, indien de gerechtigde in meer of mindere mate de werkloosheid verweten kan worden.

Fictieve opzegtermijn - uitstel WW

Werknemers die bij de beëindiging van de dienstbetrekking een schadeloosstelling ontvangen, krijgen gedurende een fictieve opzegtermijn (van een aantal maanden) geen uitkering indien de gebruikelijke opzegtermijn volgens de arbeidsovereenkomst niet in acht is genomen. Gedurende deze periode heeft de werknemer derhalve geen inkomen. Deze regeling is ingevoerd omdat de werknemer in deze gevallen doorgaans te vroeg aanspraken maakt op WW. Als de reguliere opzegtermijn wel in acht is genomen dan is het voorgaande niet van toepassing.

Sinds juli 2000 telt uitvoeringsinstituut (UWV) de fictieve opzegtermijn mee als werkzame periode bij de toetsing van 26-weken-eis, de vier-uit-vijf-eis en het arbeidsverleden.

Ingangsdatum nieuwe regeling

Bovenstaande regels gelden voor personen van wie de eerste werkloosheidsdag ligt op of na 1 oktober 2006.
Gezien de definitie van werkloosheid is men gedurende de periode van de fictieve opzegtermijn niet werkloos. De eerste werkloosheidsdag is dan gelegen na afloop van de fictieve opzegtermijn. Dit betekent dat een werknemer die ontslagen wordt op 1 september 2006 (dus voor ingang van de nieuwe regeling) en een fictieve opzegtermijn heeft van 2 maanden, voor de bepaling van de hoogte en de duur van de WW-uitkering onder de nieuwe regeling valt.

Indien de eerste werkloosheidsdag gelegen is voor 1 oktober 2006 blijven de bepalingen zoals die gelden op 30 september 2006, van toepassing.

Bron: -